De beste manier om een woning te beveiligen tegen inbraak is de toepassing van deugdelijke sloten op de deuren. Daar kan geen inbraakalarm tegenop. Een belangrijke voorwaarde is natuurlijk wel dat de sloten ook werkelijk worden gebruikt waar ze voor bedoeld zijn. Dat wil zeggen: om de deuren en ramen ook letterlijk af te sluiten als je de woning verlaat. Ook als dat voor maar heel even is.

De meest voorkomende en meest gemakkelijke manier voor inbrekers om in een woning binnen te komen, is insluipen. Ze observeren een woning waarvan ze denken dat er iets te halen valt en wachten op een geschikt moment. Staat er een raam open of blijft de deur even open staan, dan zijn ze in een flits binnen om hun slag te slaan. Dus: beveiliging begint met oplettendheid.

Moderne sloten verhogen de drempel

Maar ook als alle deuren en ramen gesloten zijn en op slot zitten, zullen professionele inbrekers proberen zich toegang te verschaffen. Ze gebruiken daar allerlei technieken voor, met intrigerende namen als ‘de Bulgaarse methode’, ‘hengelen’ of ‘flipperen’. Oudere sloten zijn vaak niet tegen deze technieken bestand. Het verdient daarom aanbeveling om een inventarisatie te maken van de leeftijd en kwaliteit van uw hang- en sluitwerk. De plaatselijke politie kan daar eventueel bij helpen.

De meest gebruikte sloten voor op toegangsdeuren zijn cilindersloten. Dit geldt voor zowel bedrijfspanden als particuliere woningen. We gebruiken ze zonder er bewust bij stil te staan. Sleutel in de sleuf, omdraaien, en klaar. Maar als we in de cilinder zouden kunnen kijken, zien we meteen wat een ingenieus mechanisme een cilinder eigenlijk is. Dat verklaart ook waarom een goed cilinderslot wel iets kost.

Grote verschillen in cilindersloten

Cilindersloten bestaan uit twee delen: de behuizing die in of op de deur wordt bevestigd en de cilinder, de kern. Een voordeel is dat vervanging van alleen de cilinder vaak voldoende is om de inbraakpreventie te optimaliseren. De cilinder is immers het onderdeel waarop de sleutels zijn afgestemd. Sleutel en cilinder passen haarfijn in elkaar.

Dat zit zo. In de cilinder zit een unieke reeks pinnetjes (stiften), of kogeltjes, die met behulp van veertjes in beweging gebracht kunnen worden. Dat lukt echter alleen met de juiste sleutel. De profielen in de sleutel (de kartels) brengen de pennetjes in de juiste positie om het slot open of dicht te draaien. Elke cilinder correspondeert precies met het profiel van de sleutel. Er zijn miljoenen unieke combinaties.

Sloten met extra beveiliging

Het principe van het ‘stiftcilinderslot’ dateert van het einde van de negentiende eeuw en wordt toegeschreven aan de Amerikaanse uitvinder Linus Yale. Het slot heeft sindsdien een enorme evolutie doorgemaakt, tot en met de elektronische uitvoeringen die vandaag de dag verkrijgbaar zijn. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw stapte Nederland massaal over op cilindersloten.

Helaas bleek toen dat het inbrekersgilde er wel raad mee wist. De cilinders werden er met geweld uitgetrokken (de ‘Bulgaarse methode’) of ze werden uitgeboord om binnen te komen. Maar sindsdien is er veel veranderd. Er zijn solide cilindersloten in de hoogst mogelijke SKG klasse verkrijgbaar die over een extra boor- en trekbeveiliging beschikken en waarvoor de bijpassende sleutels alleen op vertoon van een certificaat worden bijgeleverd. Ze kosten iets meer dan gemiddeld, maar één ding is zeker: inbrekers gaan gauw een deurtje verder.
    28-08-2018 12:40     Reacties ( 0 )
Reacties (0)

Geen reacties gevonden.